Kinderopvangtoeslag

Dat kinderopvang veel geld kost, weet bijna iedereen. Maar wist je dat je een tegemoetkoming van een deel van de kosten kunt krijgen van de Belastingdienst? Bijna iedereen met een kind dat naar de kinderopvang gaat, heeft recht op kinderopvangtoeslag. De hoogte daarvan kan echter heel erg verschillen, want hoeveel er wordt vergoed is afhankelijk van je inkomen.

Ook wordt gekeken naar het aantal uren dat je werkt en het aantal uren kinderopvang dat wordt afgenomen. En er is een maximumuurtarief waar de kinderopvangtoeslag voor geldt; instellingen voor kinderopvang mogen zelf bepalen wat hun uurtarief is en dus kan het voorkomen dat je een groter deel van de kosten voor kinderopvang zelf moet betalen.

Hoe dan ook is het erg fijn dat de je een tegemoetkoming kunt krijgen van de Belastingdienst, want het gaat vaak om erg grote bedragen.

Voorwaarden kinderopvangtoeslag

In de meeste gevallen is er recht op kinderopvangtoeslag. Maar natuurlijk zijn er ook hier weer een aantal voorwaarden waar de opvang, jezelf en je eventuele toeslagpartner aan moeten voldoen:

  • Je krijgt kinderbijslag of een pleegouderbijdrage voor het kind of onderhoudt het in belangrijke mate.
  • De kinderopvang is geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang (LRK).
  • Je hebt een contract met de kinderopvang waarin de uurprijs en het aantal opvanguren per jaar worden genoemd.
  • Jij, en je eventuele toeslagpartner, hebben de Nederlandse nationaliteit.
  • Jij, en je eventuele toeslagpartner, werken, studeren, volgen een traject om werk te vinden of volgen verplicht een inburgeringscursus (bij een gecertificeerde instelling). Er mag ook sprake zijn van een permanente indicatie vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) als de andere ouder werkt of een traject naar welk volgt.

Hoeveel krijg je vergoed?

De kinderopvangtoeslag is inkomensafhankelijk. Dat houdt in: hoe hoger je inkomen, hoe minder kinderopvangtoeslag je kunt krijgen. Je kunt de kosten dan tenslotte zelf beter dragen dan iemand met een laag inkomen. Je betaalt altijd een deel van de kosten van de opvang uit eigen zak; dat is de verplichte eigen bijdrage.

In sommige gevallen kunt je die van je werkgever of uitkeringsinstantie ook nog vergoed krijgen. De vergoeding voor de kosten van kinderopvang kan oplopen van 33,3 procent bij de hogere inkomens (vanaf 129.457 euro per jaar) tot maar liefst 96 procent voor huishoudens met een lager inkomen (25.709 euro per jaar of minder). Het gaat om het gezamenlijke inkomen, dus dat van jou en je eventuele partner bij elkaar.

Voor een tweede en volgend kind dat naar de kinderopvang gaat, krijg je iets meer kinderopvangtoeslag dan voor het eerste kind, behalve als je al het maximum van 96% vergoed krijgt. Je krijgt voor een tweede en volgend kind minimaal 67,6% van de kosten voor kinderopvang vergoed via de kinderopvangtoeslag.

Bijvoorbeeld: je hebt een gezamenlijk jaarinkomen van 50.000 euro. Volgens de tabel op de website van de Belastingdienst, krijg je dan voor het eerste kind 83,3% van de kosten voor kinderopvang vergoed.

Voor het tweede en volgende kind is die vergoeding 94,6%. Stel dat je een factuur krijgt van 1000 euro per maand voor kind 1, en 1000 euro per maand voor kind 2, dan krijg je respectievelijk 833 euro en 946 euro aan kinderopvangtoeslag. Netto betaal je dan zelf 221 euro per maand aan de kinderopvang (2000 – 833 – 946).

Aantal uren kinderopvang

Er geldt een maximum van 230 uur per kind per maand waarvoor je kinderopvangtoeslag kunt krijgen. Maar als je maar weinig werkt, is het niet nodig dat je kind alle dagen naar de kinderopvang gaat en je hier bijna niets voor hoeft te betalen. Dat zou immers niet eerlijk zijn en het zou misschien erg druk worden in de kinderopvang.

Daarom kun je kinderopvangtoeslag krijgen voor maximaal 140% van het aantal uren dat je werkt. Als je kind meer uren naar de kinderopvang gaat, betaal je die altijd zelf. Er wordt bovendien gekeken naar het aantal gewerkte uren van de ouder die het minst werkt.

Bijvoorbeeld: je werkt voor 40 uur per week en je partner werkt 24 uur.

De Belastingdienst neemt dan het aantal gewerkte uren van de partner mee in de berekening voor de kinderopvangtoeslag. Die berekening laat zien dat je voor maximaal 146 uur per maand kinderopvangtoeslag kunt krijgen (24 x 1,4 : 7 x 365 : 12). Dat is ongeveer gelijk aan 3,5 dag kinderopvang per week.

Je kunt via de website van de Belastingdienst eenvoudig het maximumaantal opvanguren berekenen waarvoor je in jouw situatie kinderopvangtoeslag kunt krijgen. Je selecteert eerst het jaar, moet aangeven of je werkt, studeert, een traject tot werk volgt of een inburgeringscursus, en of je een toeslagpartner hebt.

Vervolgens vul je in hoeveel uur per week je werkt. Vul je bijvoorbeeld 24 uur in? Dan komt er uit dat je voor dagopvang maximaal 146 uur per kind per maand aan kinderopvangtoeslag kunt krijgen en voor buitenschoolse opvang maximaal 73 uur per kind per maand.

Waar je op moet letten is natuurlijk dat je misschien meer eigen bijdrage moet gaan betalen als je minder uren gaat werken en het aantal opvanguren gelijk blijft. Blijf dus opletten wat het maximumaantal opvanguren is waarover je kinderopvangtoeslag kunt krijgen, en zorg dat je niet meer opvang afneemt dan nodig is.

Maximumuurtarief

De kinderopvang mag dus zelf bepalen wat hun uurtarief is. De Belastingdienst vergoedt echter maar een deel van de kosten voor kinderopvang tot een maximum uurtarief. De maximumuurprijzen verschillen per soort opvang en zijn als volgt:

  • Dagopvang: 8,46 euro
  • Buitenschoolse opvang: 7,27 euro
  • Gastouderopvang: 6,49 euro

Als je meer betaalt dan de bovenstaande maximumuurprijs, dan krijg je voor de kosten hierboven géén kinderopvangtoeslag. Uiteraard krijg je andersom, als je minder aan de kinderopvang betaalt dan het bovenstaande uurtarief, alleen kinderopvangtoeslag voor dat uurtarief.

Bijvoorbeeld: jouw kind gaat naar een dagopvang en zij rekenen 8,86 euro per uur. Dat is dus 0,40 euro boven het maximumuurtarief. Je krijgt kinderopvangtoeslag over 8,46 euro per uur en betaalt dus sowieso 0,40 euro per uur uit eigen zak.

Krijg je een vergoeding van 96% en gaat jouw kind 140 uur per maand naar de dagopvang, dan is de maandelijkse factuur 1240,40 euro (uurtarief 8,86 euro). De Belastingdienst gaat uit van 1184,40 euro (uurtarief 8,46 euro) en je krijgt dus een kinderopvangtoeslag van 1137,02 euro per maand.

Drie tips voor het goed inschatten van je (toetsings)inkomen

Hoeveel kinderopvangtoeslag je krijgt, hangt onder andere af van hoeveel je verwacht te verdienen. Met deze tips zorg je er als ouder voor dat jouw kinderopvangtoeslag het hele jaar door met een goed ingeschat inkomen berekend wordt. En verklein je de kans dat je te veel of te weinig toeslag ontvangt.

Voor de hoogte van je toeslag kijkt Toeslagen onder andere naar je toetsingsinkomen. Dit betekent dat elk inkomen meetelt: van inkomsten uit werk tot inkomsten uit een uitkering of alimentatie. Als je een toeslagpartner hebt, telt het gezamenlijke inkomen van jou en je toeslagpartner.

  • Gebruik de rekenhulp op toeslagen.nl/kinderopvangtoeslag. In deze tool beantwoord je vragen zoals ‘Ben je ondernemer of zzp’er?’, ‘Heb je een toeslagpartner?’ en ‘Heb je loon uit andere inkomsten, zoals alimentatie?’ Ook vul je per maand in wat je verwachte bruto-inkomen is. Na het invullen van alle vragen, zie je wat jouw toetsingsinkomen is.
  • Weet je nog niet hoeveel inkomen je elke maand zal hebben? Schat je inkomen dan liever iets hoger in dan lager. Door hoger in te schatten, loop je minder risico dat je achteraf toeslag moet terugbetalen. Want voor toeslagen geldt: hoe lager je inkomen, hoe meer toeslag je kunt krijgen. Houd er wel rekening mee dat jouw opgegeven inkomen ook gevolgen heeft voor andere toeslagen, zoals huurtoeslag.
  • Check gedurende het jaar regelmatig of je toetsingsinkomen nog klopt en wijzig zo nodig. Zeker als je een flexibel inkomen hebt, is dat belangrijk. Vul de rekenhulp bijvoorbeeld elk kwartaal in en wijzig zo nodig via Mijn toeslagen op toeslagen.nl of de app Kinderopvangtoeslag. Maar ook bij een nieuwe baan of wanneer je bijvoorbeeld gaat samenwonen of trouwen en ‘toeslagpartners’ wordt, is het belangrijk je toetsingsinkomen opnieuw in te schatten en veranderingen door te geven.

Naast een verandering in (toetsings)inkomen hebben ook andere veranderingen in je leven invloed op je toeslag. Denk aan veranderingen in opvanguren, opvangsituatie (van dagopvang naar buitenschoolse opvang) of gezinssituatie, zoals een scheiding. Verandert er iets?

Check Mijn toeslagen op toeslagen.nl of op de app Kinderopvangtoeslag en geef de verandering meteen door. Zo verklein je de kans dat je te veel of te weinig toeslag krijgt. En na afloop van het jaar geld moet terugbetalen of terugkrijg.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.